Zorginnovatie
in Den Haag # 2

Voorbeelden van Haagse kracht in zorg en welzijn

Woord vooraf

Grensverleggend
in zorg en welzijn

In december 2015 ontving u het eerste magazine ‘Zorginnovatie in Den Haag’. Omdat de innovaties niet stil staan, lag een tweede editie voor de hand. In deze vervolguitgave leest u tien nieuwe, pakkende voorbeelden van innovaties in zorg en welzijn.

Het is mooi om te zien dat innovaties zich niet door grenzen laten weerhouden. Sterker nog, ze ontstaan regelmatig op het grensvlak tussen organisaties, wijken en beleidsterreinen. Ook zien we steeds vaker dat partners, van wie je het niet meteen verwacht, een verrassend idee lanceren op het gebied van zorg en welzijn. Neem de sportclub die activiteiten aanbiedt om eenzaamheid tegen te gaan.

Namens de gemeente legde ik onlangs een werkbezoek aan India af. We onderzochten daar onder meer wat Den Haag en India voor elkaar kunnen betekenen op het gebied van de zorg. Het bleek dat er zeer veel ICT-toepassingen zijn ontwikkeld die het leven van ouderen gemakkelijker maken, en die je hier ook kunt toepassen. Andersom hebben wij hier veel ervaring met het tegengaan van eenzaamheid, iets waar men in India weer graag van leert.

In dit magazine vindt u weer volop inspirerende voorbeelden van vernieuwing in zorg en welzijn. Laat u zich vooral inspireren! En werkt u ook aan een innovatief project? Deel het dan met ons, zodat het een plek kan krijgen in het volgende nummer van dit magazine. Mail ons.

Karsten Klein,
wethouder Stedelijke Economie, Zorg en Havens




1 | 12

2 | 12


Waardevolle bijdragen tijdens tweede bijeenkomst zorginnovaties

In gesprek met elkaar over de toekomst van de Wmo

Goede ideeën komen uit de praktijk. Tijdens de recente bijeenkomst rond zorginnovaties brainstormden de deelnemers samen hoe je de Wmo kunt doorontwikkelen. Het leverde een keur aan vernieuwende suggesties op. Een verslag.


“De samenwerking tussen mantelzorger en zorgprofessional intensiveren”, noteerde de één. “Minder regelgeving en meer vrijheid realiseren”, vulde een ander aan. “En met budgetten per buurt en meer geld voor experimenten.” Een derde opperde: “De uitvoering van de Wmo moet nog meer dan nu een co-creatie tussen gemeente, instellingen en burgers zijn.” Een vierde deelnemer knikte instemmend. “Daarvoor is het cruciaal om vanaf het allereerste moment met elkaar in gesprek te gaan”, voegde zij toe. Geen gebrek aan ideeën hoe de Wmo met elkaar verder vorm te geven. Dat bleek recent tijdens de tweede grote Wmo-bijeenkomst aan de Haagse Hoefkade. The Bazar of Ideas - lag het aan de naam? - bleek een perfecte broedplaats te zijn om innovatieve ideeën rond zorg en welzijn op tafel te krijgen. Maar voordat de deelnemers hun hersens kraakten, was het eerst tijd voor de lunch, geserveerd vanuit een klassieke bestelbus.

‘We willen mensen zo lang mogelijk gezond, vitaal, gelukkig en vooral zelfstandig laten wonen. Meer regie geven past in dat beleid’

Op de stoel

Moderator die middag was Johan Overdevest. “We praten met elkaar over noodzakelijke veranderingen in de zorg en zetten de mens daarin centraal. Voor sommige vernieuwingen zoek je elkaar op, bundel je elkaars krachten. Daarvoor moet je weten wie je buren zijn, letterlijk. Kijk om u heen, geef uw buurman of -vrouw een hand en maak kennis met elkaar.” Dat hoefde de tv-presentator en programmamaker geen twee keer te zeggen. De aanwezigen raakten daarop zodanig met elkaar in gesprek dat Johan op een stoel moest klimmen om iedereen weer bij de les te krijgen. “Er gebeurt al veel in de zorg. Tien nieuwe initiatieven staan in de tweede editie van het online magazine. Bent u bezig met nieuwe initiatieven, laat het ons dan weten, want er komt zeker nog een derde editie aan. Wellicht wordt uw initiatief daarin belicht.”


“Voor het thema van deze zorginnovatiebijeenkomst - hoe de Wmo verder vorm te geven - zochten we voor een korte film recent verpleeghuis Nolenshaghe op”, vervolgde Johan. “Dit nieuwe woon- en behandelcentrum, aangepast aan de wensen van cliënten op het gebied van privacy, huiselijkheid, voorzieningen en therapie, geeft in het project ‘De Lerende Evaluatie’ verschillende bewoners meer eigen regie. Overigens met succes.”

‘De partners in de stad weten als beste wat er speelt en hoe je de Wmo kunt doorontwikkelen’

Actieve bijdrage aan transformatie Wmo

“We willen mensen zo lang mogelijk gezond, vitaal, gelukkig en vooral zelfstandig laten wonen. Meer regie geven past in dat beleid”, vulde wethouder Karsten Klein na het filmpje aan. “De zorg die nodig is, willen we met elkaar invullen. Uiteraard door prioriteiten te stellen. Landelijk gezien staan de financiën onder druk. Gelukkig speelt dit in Den Haag iets minder. Maar het feit blijft dat we keuzes moeten maken. En voor de juiste keuzes heb je elkaar nodig. We vragen een actieve bijdrage van alle betrokken instellingen en zorgprofessionals. De partners in de stad weten als beste wat er speelt en hoe je de Wmo kunt doorontwikkelen. Iedereen kan bijdragen aan de Wmo in de toekomst. Voor het nieuwe Wmo-beleidsplan, dat aan het einde van dit jaar gereed moet zijn, kiezen we daarom een andere aanpak. We maken het mogelijk dat betrokken burgers en maatschappelijke organisaties samen een ‘Stadsdocument transformatie Wmo’ opstellen voor de komende jaren. Door aan de hand van dat document het nieuwe Wmo-beleid op te stellen, maken we duidelijk wat onder gemeentelijke verantwoordelijkheid valt, welke verantwoordelijkheden burgers en maatschappelijke organisaties hebben en waar we samen verantwoordelijk voor zijn. Zo laten we zien hoe wij samen de toekomst van de Wmo in en om Den Haag zien.”

Over de streep

De eerste aftrap voor zo’n stadsdocument met nieuwe ideeën vond die middag plaats. “Denk niet dat u heerlijk achterover kunt gaan zitten”, waarschuwde Johan Overdevest. “Dus trek uw makkelijke schoenen maar vast aan voor een opwarmer van de verdiepingssessie.” Daarop trok iedereen naar een andere ruimte waar trainers van Jobtraining klaar stonden voor een speciale invulling van ‘Over de streep’, de methode om aan de hand van stellingen serieuze gesprekken op gang te brengen. “Stap over streep als je trots bent op zelf gemaakte keuzes of innovaties die bijdragen aan de maatschappij waarin ‘de cliënt aan het roer’ centraal staat.” Het duurde even voordat deelnemers in beweging kwamen. De eerste vraag moest kennelijk even landen. “Ik ben van het Buddy Netwerk en ik ben er trots op dat wij, met subsidie van de gemeente, de Samen Schatkaart hebben ontwikkeld. Het is een middel voor mensen om te zien wat hen aanspreekt in hun eigen straat, buurt of stad. De kaart is gebaseerd op zelfredzaamheid, maar ook op hulp van anderen.”


Een nieuwe stelling volgde. “Stap over de streep als je vindt dat de organisatie van de ondersteuning in de toekomst kleinschalig moet zijn.” Ook hier weer even een aarzeling bij enkelen. “Ik denk dat dit niet zo relevant is. Of het nu klein- of grootschalig is, het gaat er om dat je de vraag van de cliënt kunt beantwoorden.” Zo volgden nog vele stellingen. Bij de laatste twijfelde geen enkeling. “Stap over de streep als je vindt dat innovatie in de zorg méér is dan enkel ICT.” Massaal stapte iedereen over. Een mooi moment om samen de verdiepingssessie in te gaan.

Verdiepingssessie

Voor de verdere ontwikkeling van de Wmo is het belangrijk te weten hoe burgers en professionals de toekomst van de Wmo zien. Voor welke opgaven staan we de komende jaren? Voor het antwoord op die vraag werden de deelnemers in kleinere groepjes verdeeld met de opdracht zoveel mogelijk vernieuwende ideeën op papier te zetten, die te clusteren en te selecteren om uiteindelijk per groepje tot een top 3 te komen. “We willen dat de Wmo toegankelijker wordt. Maak de informatie dan voor iedereen begrijpelijk. Senioren willen het liefst dat senioren hen uitleggen wat de Wmo is en wat je ermee kan. Daarvoor moeten we vrijwilligers en ervaringsdeskundigen opleiden. Gaat het om verslavingszorg? Zet dan ex-verslaafden is als deskundige. Daarnaast vragen we de gemeente ook om ons tijd te geven alle innovatieve ideeën goed te implementeren. Vraag niet alleen naar innovaties. De dingen die we al goed doen en waar we achter staan, willen we goed implementeren en doorvoeren. Daarvoor is écht een korte pas op de plaats nodig.”

‘Of het nu klein- of grootschalig is, het gaat er om dat je de vraag van de cliënt kunt beantwoorden’

Vellen vol ideeën

Ook in een andere groep klonken kritische noten. “We moeten schotten weghalen. Schotten tussen wonen, zorg, Wmo, Wet langdurige zorg en bijvoorbeeld zorgverzekeringen. Als we die schotten aanpakken, hebben we al veel gewonnen. Ook de wethouders in Den Haag moeten portefeuilles krijgen die meer bij elkaar passen. Dus geen haven en zorg met elkaar verbinden.” Een ander idee uit die groep: “Hoe eerder we signalen boven tafel krijgen, hoe beter. De buurtfunctie mist nu de signalen van de huishoudelijke hulp. Dat is nu gescheiden van de wijkverpleging. Hoe krijg je die signalen weer op een natuurlijke wijze bij elkaar? Er moet een nieuw signalerend samenwerkingsverband in wijken ontstaan. Daarvoor moeten organisaties op wijkniveau elkaar kennen en weten wat ze doen.” Zo werden vellen volgeschreven met ideeën.

Lef tonen

Na afloop reageerde Miranda Vogel, projectmedewerker bij Stichting Kompassie, het onafhankelijk informatie- en steunpunt voor mentale gezondheid. “Het initiatief van de gemeente om dit soort bijeenkomsten te organiseren is top. Maar er zijn al best veel van dit soort brainstormsessies in de stad. Bovendien voel ik op zo’n middag de klok meetikken. Slechts één uurtje sparren levert daardoor onvoldoende op. Wil je écht innoveren, dan heb je meer tijd nodig. Het duurt bij mij altijd even voordat iets komt boven borrelen. Daarentegen is het fantastisch dat je zo steeds meer mensen in je speelveld leert kennen. Ook weer belangrijk voor die samenwerking.” Jeanet Moerings, senior adviseur informele zorg bij het kenniscentrum PEP vulde haar aan: “Het is goed om te weten wat er leeft in de stad. Ik vind het hoopvol om te constateren dat er zoveel gelijkgestemden zijn. Iedereen heeft het over eigen regie, ontschotten en samenwerken. Daar draag ik graag mijn steentje aan bij. Maar het is allemaal nog vers. De wet is in 2015 veranderd; we zijn allemaal nog aan het zoeken. Mooi om te zien dat iedereen zich daarbij kwetsbaar opstelt. En lef toont om het gewoon met elkaar te gaan doen en van elkaar te willen leren.”

‘We vragen de gemeente ook om ons tijd te geven alle innovatieve ideeën goed te implementeren’

Verantwoordelijkheid nemen

“Bijeenkomsten als deze zijn bedoeld om elkaar te inspireren en kennis en positieve ervaring te delen”, blikte Gerben Hagenaars, directeur Zorg, Maatschappelijke Coöperatie en Ondersteuning bij de gemeente Den Haag, terug. “Het is geweldig om te zien wat er al in Den Haag gebeurt. Toch vraag ik om samen de verantwoordelijkheid te nemen om de Wmo een stap verder te brengen. Dat kunnen wij als gemeente niet alleen, daar hebben we alle organisaties in deze stad voor nodig.’

Stadsdocument en Wmo beleidsplan

De komende maanden wordt de mogelijkheid geboden aan betrokken burgers en maatschappelijke organisaties in deze stad om een stadsdocument transformatie Wmo op te stellen. In dit stadsdocument geeft de stad aan hoe zij de zorg in Den Haag over tien jaar ziet, wat daar voor nodig is en wie welke verantwoordelijkheid daarin heeft. De gemeente zal op het stadsdocument reageren door aan te geven welke opgaven zij vanuit haar publieke verantwoordelijkheid op zich kan nemen. Andere gewenste ontwikkelingen, die in het stadsdocument zijn aangegeven, zijn voor de verantwoordelijkheid van burgers en/of maatschappelijke organisaties. Sommige opgaven kunnen een co-creatie zijn van burgers, maatschappelijke organisaties en gemeenten zijn. Op de bijeenkomst gaven de deelnemers aan de verdiepingssessie al een eerste aanzet voor dit stadsdocument. Voor de zomervakantie krijgen de deelnemers bericht hoe er verder een bijdrage kan worden geleverd aan het stadsdocument.


Draag uw steentje bij

Wilt u ook aan het stadsdocument uw bijdrage leveren? Schrijf dan mee aan het stadsdocument en deel uw visie en dromen met andere Hagenaars! Geef dit dan per mail (button hieronder) aan. Een (van de gemeente) onafhankelijke organisatie begeleidt de realisatie van het stadsdocument. Houd bij uw aanmelding rekening met uw tijd en beschikbaarheid. Daarnaast is het voor uw deelname belangrijk dat u affiniteit hebt met de zorg/Wmo en uw visie of droom over de Wmo in Den Haag met anderen durft te delen.








Bouwen aan sterker Den Haag:

‘Elkaar helpen met sociale initiatieven’


Social Club Den Haag

Op de kaart staat onder meer Broodje Aap, met chocoladepasta en banaan. Een oudere wijkbewoner schudt echter haar hoofd. “Nee, doet u mij maar Vurrukkuluk, die salade met geitenkaas, avocado, tomaat en croutons.” En ze draait zich weer naar haar medebuurtbewoner om het praatje te hervatten. Kasserie OCK is de nieuwe ontmoetingsplek in het groen voor de bewoners van Loosduinen. “De buurtbewoners namen zelf het initiatief om deze buitenplaats te renoveren en duurzaam te herontwikkelen”, zegt Petra Brekelmans, voorzitter van de Stichting tot Behoud van de Historische Buitenplaats Ockenburgh.

Iets voor de maatschappij doen

“Met elkaar willen we de buitenplaats een culturele en sociaal-maatschappelijke functie geven: het moet dé ontmoetingsplek worden voor alle bewoners in de omgeving”, aldus Petra. De restauratie is nog in volle gang, maar de door Westland Marketing geschonken kas is inmiddels in gebruik als brasserie… eh kasserie. Ook de Social Club Den Haag speelt in deze ontwikkeling een belangrijke rol. De ‘club’ is het regionale platform voor ondernemende professionals die met elkaar willen bouwen aan een mooier en sterker Den Haag, en die wat voor de maatschappij terug willen doen.

Sociale doelen realiseren

“Leden van de Social Club inspireren elkaar, en wisselen kennis en ervaring uit om zo bepaalde doelen te realiseren”, zegt Sander Olsthoorn van de gemeente Den Haag. Sander is coördinator voor het gemeentelijk beleid rond het Buurthuis van de Toekomst en rond vrijwilligerswerk. Volgens hem kunnen partijen coaching en begeleiding krijgen om hun sociaal businessplan in de markt te zetten. Voorbeelden van deelnemers zijn woonz.nl en studerenenwerkenopmaat.org. De eerstgenoemde organisatie helpt ouderen langer zelfstandig te wonen, de tweede helpt jongeren met een arbeidsbeperking een baan te vinden op de reguliere arbeidsmarkt.

Gratis fiscaal advies

“Ook de Stichting tot Behoud van de Historische Buitenplaats Ockenburgh gebruikte de kennis en expertise van het platform”, zegt Sander in de kasserie, terwijl hij van Petra een stroopwafel aanneemt. Social Club Den Haag bood de stichting een podium om de plannen onder de aandacht te brengen. Dat leverde bekendheid op binnen de gemeente Den Haag en ook nog eens 150 adviesuren van accountantsorganisatie PwC. “Daardoor kon de stichting een ANBI-status realiseren en zijn allerlei belastingvragen opgelost.” Met de opening van de kasserie en de bekendheid vanuit Social Club Den Haag zijn meer en meer bedrijven aan het initiatief verbonden en raakt de stichting nu echt op stoom. “En dat is geen Broodje Aap”, lacht Petra.


Check www.socialclubdenhaag.nl

3 | 12

Daginvulling voor ex-gedetineerden:

‘We willen terugval voorkomen’


Participatie+

Gedetineerden die weer vrijkomen, zijn niet altijd goed in staat om direct een baan te vinden. Zo’n betaalde baan vergt veel energie en vraagt ook discipline en regelmaat. In eerste instantie is een eenvoudige dagbesteding het hoogst haalbare. Om deze mensen op weg te helpen sloegen welzijnsorganisatie Zebra en het Forensisch Interventie Team (FIT) van Clementia Zorgverleners de handen ineen. “Sinds 2015 helpen wij deze mensen bij het vinden van passend vrijwilligerswerk of bij deelname aan sociale activiteiten binnen Zebra”, zegt André Doesberg van Zebra, onderdeel van Xtra. André is sociaal werker Participatie en Sociale Activering in het wijkteam Transvaal.

Betaalde baan binnen handbereik

“Met een daginvulling krijgt het leven voor ex-gedetineerden weer nut. En daarmee kun je terugval voorkomen.” Plaatsing vindt nu nog vooral in Transvaal plaats, later ook in het gehele centrumgebied van Den Haag. “Hoewel je een negatieve verklaring omtrent gedrag (VOG) vaak niet kunt voorkomen, biedt het krijgen van een vrijwilligerscontract en positieve referenties een goed tegenwicht. Daarmee hoopt de ex-gedetineerde dat een betaalde baan of een opleiding meer binnen handbereik komt.”

Tweede kans aangrijpen

Tijdens het vrijwilligerswerk worden de deelnemers gevolgd. Alle toetsmomenten vinden plaats in het bijzijn van een begeleider van het FIT. Bij goed resultaat krijgt de persoon in kwestie een vrijwilligerscontract of een getuigschrift. De samenwerking tussen de diverse betrokken partners verloopt prima. Ook de ex-gedetineerden zijn enthousiast en gemotiveerd. “We zien dat zij die tweede kans gretig aangrijpen”, zegt André. “Het voelt goed dat wij, samen met Clementia Zorgverleners, deze doelgroep een nieuwe start kunnen bieden. Wij hopen dan ook dat op termijn andere organisaties zich melden, waarbij wij de mogelijkheid hebben om nieuwe plekken voor vrijwilligerswerk aan te bieden.”


De foto is in scene gezet; voor de ex-gedetineerde is een figurant gevonden.

4 | 12

Lerende Evaluatie:

‘Zoveel mogelijk regie over leven, wonen en zorg bij de bewoner laten’


Saffier De Residentiegroep

Betaalbare en optimale kwaliteit van zorg aan cliënten die zelf de regie over hun zorgbehoefte houden. Dat is kort gezegd de doelstelling van een pilot in de verpleeghuizen Nolenshaghe en Domus Nostra. De pilot startte in het najaar van 2014 en duurt drie jaar. “We willen voor iedereen op een betaalbare manier wonen, zorg en behandeling gescheiden gaan aanbieden”, zegt Ria van Haaften, manager Marketing en Communicatie bij Saffier De Residentiegroep. “Dat gebeurt al in onze herenhuizen Royal Rustique in Scheveningen. Die zijn volgens dit principe gebouwd en ingericht. De ervaringen daar zijn zodanig dat wij dit ook in onze grotere, bestaande verpleeghuizen willen introduceren.”

Zorg en behandeling scheiden

Volgens Ria is de pilot gestart met mensen die al in het verpleeghuis wonen en in meer of minder mate gehospitaliseerd zijn. “Op enkele afdelingen bieden we nu zorg en behandeling gescheiden aan. Daarbij nemen we niet alles meer uit handen. We bekijken wat mensen wel of niet kunnen. Bewoners geven ook aan wat ze daarvoor nodig hebben. Wil je bijvoorbeeld zelf je koffie inschenken, dan moeten daar wel goed hanteerbare koffiekannen voor zijn, om maar iets te noemen. En sinds april kunnen deze bewoners ook weer een huisarts raadplegen.”

Effecten al zichtbaar

TNO volgt de resultaten. “Ook evalueren we regelmatig met cliënten, mantelzorgers en medewerkers. En tevens met Zorginstituut Nederland en het Ministerie van VWS. Vandaar dat we de pilot Lerende Evaluatie hebben genoemd.” De effecten zijn al zichtbaar. “Bewoners ervaren dat zij het eigen leven meer kunnen coördineren. Ze voelen zich daardoor beter. Ook doordat zij in een bepaalde mate kunnen meebeslissen over hun behandeling. Ze ervaren echt dat zij meer regie hebben over hun eigen leven.”

Eigen huissleutel

Sommige bewoners in Domus Nostra, de locatie waar cliënten wonen met het syndroom van Korsakov, hebben nu ook een eigen huissleutel en een toegangspasje. Daardoor ervaren ze meer vrijheid. Ze kunnen hun eigen ‘ding’ doen en worden minder gestuurd om deel te nemen in een vast ritme van de afdeling, zoals standaard om negen uur ‘s morgens ontbijten. “Ook dat bevordert de zelfstandigheid en eigen regie. We kijken dus naar wat de bewoner prettig vindt en niet hoe de verzorging het wil.” Recent is ook een traject gestart met eigen regie rond medicijninname.




5 | 12

Betrokkenheid is de basis:

‘We zijn niet puur een
leuke-dingen-doen-club’


Rijk in je Wijk

Je rijk in je Haagse wijk voelen, doordat je rijk bent aan contacten in de buurt. Je kent meer mensen en onderneemt met elkaar activiteiten die je interesse hebben: samen naar de bioscoop gaan, wandelingen maken door het groen, bij elkaar eten, een boek bespreken of een gezelschapsspel uit de kast halen. “En als het nodig is, kun je op elkaar rekenen”, zegt Nelleke Cornelissen, die samen met Heleen Goddijn eind 2011 het initiatief nam voor ‘Rijk in je Wijk’.

Samenkomen in de huiskamer

Heleen: “Ik kom uit Amsterdam en kende hier niemand, Nelleke kende wel mensen buiten haar buurt, maar niemand in haar eigen wijk. Omdat we allebei betrokkenheid in de eigen buurt belangrijk vinden, startten we dit burgerinitiatief.” Met financiële steun van Stek, de gemeente Den Haag en Fonds 1818 richtte het tweetal de eerste netwerken op in Valkenbos en Bohemen. “Met een flyer wisten we al snel enkele buurtgenoten te interesseren. Voor sommigen is de drempel wat hoger, dan voor anderen, want we ontmoeten elkaar in de huiskamer van een buurtgenoot, niet in een wijkcentrum.”

Betrokkenheid als basis

De belangstellende buurtgenoten wisten ook weer anderen te interesseren. Zo ontstond in beide wijken een groep van twaalf tot twintig mensen. “Eens in de zes weken komen we bij elkaar. We eten samen en bekijken dan wat we met elkaar willen gaan doen. Naast sociale activiteiten, kun je bijvoorbeeld ook samen de wijk schoner en netter maken”, zegt Nelleke. “Maar alles vanuit een positieve gedachte en met zorg en betrokkenheid als basis. We zijn niet puur een leuke-dingen-doen-club.”

Slimme senior

Inmiddels is het initiatief in andere buurten overgenomen. “Met ons draaiboek en onze ervaring helpen we andere initiatiefnemers.” Op dit moment zijn er buurtnetwerken in Bohemen, Zeehelden/Valkenbos, Vruchtenbuurt, Heesterbuurt, Bloemenbuurt, Rivierenbuurt, Oude Centrum/ Stationsbuurt, Moerwijk Rustenburg-Oostbroek, Muziekwijk en het Statenkwartier. “Vanuit onze ervaringen met Rijk in je Wijk hebben wij ‘Slimme Senior’ opgezet, een platform van 55-plussers die hun toekomst in eigen hand nemen. Ze komen regelmatig samen in verschillende werkgroepen om onderwerpen te bespreken die straks voor hen belangrijk zijn.”




6 | 12

Lage drempel voor jongeren:

‘Een mooie opstap naar betaald werk’


Smaak van Laak

Steeds vaker is het clubhuis van de lokale voetbalclub niet alleen een sportkantine, maar ook een plek waar mensen samenkomen voor een praatje, een cursus of een kaartavondje. In dit zogenoemde Buurthuis van de Toekomst delen de clubs hun accommodatie met onder meer scholen en welzijnsinstellingen. Zo ook met Value en Level 5, initiatiefnemende bedrijven van het buurtrestaurant Smaak van Laak. Shared Value streeft ontwikkeling van mensen na, Level 5 ontwikkelt werkgelegenheidsprojecten voor het sociale domein.

Twee doelen, twee doelgroepen

“Met dit buurtrestaurant stomen we jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt klaar voor het ‘echte’ werk”, zegt Taco van den Berg, directeur van Shared Value en Level 5. “Jongeren als deze mogen in de maatschappij niet voor spek en bonen meedoen; ze moeten echt de kans krijgen mee te tellen. Smaak van Laak haalt tevens wijkbewoners uit hun isolement. Die komen op de heerlijke en gezonde maaltijd af: in het clubhuis van voetbalvereniging HVV Laakkwartier.

Verbindende factor in de wijk

Taco: “We helpen er jongeren op weg naar een baan en brengen ze figuurlijk en letterlijk in beweging. De gecertificeerde chef-kok Paul begeleidt ze bij het runnen van het restaurant en leert ze wat hospitality inhoudt. Zo krijgen ze werkervaring en zelfvertrouwen.” Het buurtrestaurant is een verbindende factor in de wijk. “Het is leuk om te zien dat er sociale cohesie tussen de wijkbewoners en de jongeren ontstaat. Bovendien vergroten we de zelfstandigheid van de oudere bezoekers, kunnen we zo ook hun welzijn en gezondheid monitoren, en oefent de sportclub zijn maatschappelijke functie uit.”

Uitstromen naar werk

En de jongeren? Die vinden dat Smaak van Laak prima smaakt. “In het laatste halfjaar stroomden acht deelnemers uit naar werk en behaalden zij deelcertificaten via de opleiding van ROC Mondriaan/Menskracht 7. De goede doorstroom zorgt ervoor dat voldoende jongeren via deze weg een kans krijgen op betaald werk. En soms is dat ook bij de sponsoren van de sportclub”, aldus Taco.




7 | 12

Praktijklaboratoria:

‘Hier ontstaan nieuwe methodieken
en vormen van samenwerking’


Werkplaats Sociaal Domein

Niet meer zorgen voor, maar vooral zorgen dat. Dat is kort gezegd de grootste verandering van de transitie naar een nieuwe manier van werken. Maar wat is die nieuwe manier van werken? In zogenaamde praktijklaboratoria - bijeenkomsten die in de wijken Mariahoeve en Laak plaatsvinden - willen welzijnswerkers met docenten en studenten van de Haagse Hogeschool daarvoor de antwoorden vinden. Die zoektocht valt onder het project ‘Op zoek naar de Nieuwe Professional’, een van de projecten binnen de Wmo-werkplaats.

Meer regie bij de burger

“Voorheen waren welzijnswerkers voor wijkbewoners meer zaken aan het organiseren, nu zijn zij vooral aan het faciliteren. Meer ondersteunen dus, waarbij burgers zelf zaken moeten regelen of doen, en waarbij ze ook zelf steeds meer eigen regie krijgen. Die andere invulling vereist echter een andere manier van werken en samenwerken”, licht Margot Sol toe, projectleider en docent aan de faculteit Sociaal werk en Educatie van de Haagse Hogeschool.

Competenties verder ontwikkelen

“Was voorheen de focus vooral op de Wmo gericht, nu is het werkveld breder en betreft het geheel zorg en welzijn, van jeugdzorg tot participatiewet. Die verandering vereist een verdere competentieontwikkeling van de professionals in het veld. Om de participatie van de mensen in de wijk te vergroten, moeten verschillende disciplines binnen het welzijnswerk en de ketenpartners in de wijk bovendien meer met elkaar gaan samenwerken. Hoe dat moet, vinden ze uitin deze praktijklaboratoria.”

Al enkele conclusies

Enkele belangrijke conclusies zijn er al. “Sociale professionals moeten meer leren werken vanuit de context van de wijk en de burgers. Dat betekent: meer inspelen op de buurtgebonden vraagstukken en de wensen en behoeften van de wijkbewoners. Contextleren moet centraal komen te staan in het werk van de huidige professional en ook in de opleiding van toekomstige sociale professional.” Aan het einde van het schooljaar, ergens in juli, publiceren de deelnemers wat zij met elkaar hebben ontdekt en ontwikkeld. “Zo is er in Mariahoeve aandacht geweest voor de jonge mantelzorger en in Laak is vooral gewerkt aan de zichtbaarheid in de wijk. Welke methodiek ervaren de teams als prettig? En hoe gaan zij zichzelf verder ontwikkelen? De bevindingen komen straks op de website wmowerkplaatsdenhaagleiden.nl.”

Het project wordt uitgevoerd door de Haagse Hogeschool en Xtra.




8 | 12

Innovatie rond zorg en welzijn:

‘We zetten aan tot
nadenken en dialoog’


De Zorginnovatiewinkel

Wat vandaag onmogelijk lijkt, is morgen een alledaagse toepassing. Ook op het gebied van wonen. “Bij woningbouw denken we na over het gewenste type, de oppervlakte, de breedte van de deuren en bijvoorbeeld de aanwezigheid van een traplift. Maar innovatie wordt vaak vergeten”, zegt Waldemar Hogerwaard. “Neem exoskeletten, robotachtige pakken waarmee mensen met een dwarslaesie kunnen lopen. Vernieuwingen op dat gebied gaan supersnel. Straks zijn die pakken voor iedereen betaalbaar, ook voor ouderen die met zo’n pak weer zelf de trap op kunnen komen. Dat maakt een dure traplift overbodig.”

Zelf ook ideeën aandragen

De Zorginnovatiewinkel toont innovaties op het gebied van zorg en welzijn. Waldemar is medeoprichter en tevens general manager van het EGPO, het Elektronisch Gestructureerd Patiënten Overleg. “Op dit digitale platform wisselen zorgverleners en sociale wijkteams informatie uit voor optimale zorg aan patiënten. Maar voor je digitaal gaat samenwerken, wil je elkaar eerst goed leren kennen. Daar heb je een fysieke ruimte voor nodig. Zo ontstond de Zorginnovatiewinkel; niet alleen een plek om kennis te delen, maar vooral vernieuwende (zorg)ideeën op te doen en ook zelf aan te dragen.”

Iedereen aanspreken

De winkel is een pop-up store op steenworp afstand van de Tweede Kamer. “We brengen allerhande zorginnovaties onder de aandacht van zorgverleners en sociale wijkteams, maar spreken ook burgers en beleidsmakers aan. De politiek beweegt zich immers vaak naar de wens van de burger. De trend is om langer zelfstandig te blijven wonen. Maar wat als je vergeetachtig wordt? Robots kunnen je attenderen om te gaan lunchen. Of ze signaleren dat het erg stil is in huis en vragen je of ze een muziekje kunnen aanzetten. Ontwikkelingen als deze zetten aan tot nadenken en dialoog. En de winkel zet aan tot cocreatie met al die verschillende belanghebbenden.” De winkel aan de Korte Poten is geopend tot de tweede week van juli. Daarna gaat de pop-up store ‘op tournee’ door Nederland.




9 | 12

Studenten helpen wijkbewoners, en andersom

‘De wederkerigheid is het
mooie van het WijkLeerbedrijf’


WijkLeerbedrijf

“Geven en nemen, dat is de basis van het WijkLeerbedrijf.” Anneke Egger werkt bij Calibris Advies en is projectleider WijkLeerbedrijf van de twee locaties in Den Haag: in de Schilderswijk en in Centrum. “Samen met het onderwijs bieden wij mensen een opleiding in de zorg. Met een mbo-opleiding niveau 1 kunnen zij bijvoorbeeld medewerker thuiszorg worden.”

Kansen op arbeidsmarkt

Het betreft vooral studenten met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dat kunnen mensen met een bijstandsuitkering zijn, deelnemers die langere tijd niet gewerkt hebben, alleenstaande moeders, herintreders of nieuwkomers die wel ingeburgerd zijn, maar geen werkervaring hebben. “Al die mensen krijgen een kans om de arbeidsmarkt weer te betreden. In het WijkLeerbedrijf leiden we hen op in een beschermde omgeving, niet in een groot ROC. Ze krijgen hier ook meer begeleiding.”

Informele zorg leveren

De deelnemers lopen een stage in de wijk. Anneke: “Daarmee komen we aan de tweede doelstelling van het WijkLeerbedrijf: het leveren van informele zorg. Bijvoorbeeld een boodschapje doen, thee drinken met bewoners of samen een spelletje doen; alles wat niet bij de thuiszorg of wijkverpleging hoort. Zo bieden we met 48 deelnemers jaarlijks 20.000 uur aan informele zorg. Dat komt neer op drie dagdelen per deelnemer per week.”

Iedereen blij

“Onze opdrachtgever is het Werkgeversservicepunt. Daarnaast werken we dus met partners als het onderwijs, maar ook met veel zorgorganisaties die een stageplek aanbieden en uiteindelijk een betaalde baan”, zegt Anneke. Volgens haar is iedereen blij met dit project. “De deelnemers zijn verheugd met hun diploma en de nieuwe kans op de arbeidsmarkt. Ook de informele zorgcliënten juichen deze manier van opleiden toe. Het helpt onder meer tegen vereenzaming.”

Ontvangen en teruggeven

“Naast geven, vragen we er ook iets voor terug. De wijkbewoners helpen bijvoorbeeld bij het huiswerk of met het aanleren van de Nederlandse taal. Gewoon door een praatje te maken met de nieuwkomers. Zo helpen zij de deelnemers met hun toekomst. En vooral die wederkerigheid is het mooie van het WijkLeerbedrijf.”


In het WijkLeerbedrijf Den Haag werken WerkgeversServicepunt Den Haag, Humanitas DMH, HVP zorg, BTO, De Zorgster, PEP, Stichting Yasmin, Stichting Eykenburg, Threewise, ROC Mondriaan, Staedion en Calibris Advies samen.

10 | 12

Wijkbewoners bij elkaar brengen:

‘Zaken doen en sociale
contacten gaan
hier goed samen’


Stadswerkplaats, Loosduinen

Je fiets zomerklaar maken, een nieuwe stoel timmeren, een zoom in je broek laten aanbrengen of een oude lamp oppimpen… Zomaar een greep uit de vele zaken waarvoor je als buurtbewoner bij de Stadswerkplaats terecht kunt. “De werkplaats biedt mensen een kans om zelfstandig ondernemer te worden”, zegt voorzitter Astrid Dekker. “Zo heeft de fietsenmaker nog een uitkering, maar krijgt hij hier de ruimte en faciliteiten om zijn eigen business op te zetten. Ook om z’n klantenkring op te bouwen.”

Iets omhanden hebben

De Stadswerkplaats in Loosduinen wil ook de wijkbewoners bij elkaar brengen. “Er wonen hier veel senioren die graag deelnemen aan activiteiten die wij organiseren. De Paasbrunch werd goed bezocht, en ook bij workshops schuiven ze graag aan.” Het initiatief ontstond na een enquête onder gebruikers van de Voedselbank. VOOR Welzijn en Stek brachten daarmee de wensen van de buurt in kaart. Wat mist u? En wat ziet u graag komen in de buurt? “De één wilde fietsen repareren, de ander meubels maken en een derde wilde graag samen koken en taarten bakken. Het bleek dat de buurtbewoners letterlijk iets om handen wilden hebben.”

Faciliteren en begeleiden

De beide welzijnsinstellingen vroegen Astrid om samen een soort denktank op te starten voor het antwoord op deze wensen. Dat antwoord werd de Stadswerkplaats. Terwijl Astrid via diverse instanties en instellingen de nodige financiën bij elkaar sprokkelde, stelde de gemeente Den Haag een oud schoolgebouw beschikbaar, en doneerden buurtbewoners spullen als gereedschap en werkbanken. “In november 2015 gingen we echt van start. We faciliteren hier vooral de ruimte. Mensen die hier een workshop willen geven of een eigen bedrijfje willen opzetten, moeten dat zelf doen. Wel begeleiden we ze in bijvoorbeeld het maken van een business plan.”

Verstelcafé en koffie

Het is volgens Anneke nog tekort om van werkelijk ondernemerschap te praten. “Het opbouwen van een klantenkring kost tijd. Maar de wijkbewoners zijn blij met de initiatieven.” Sinds 26 mei is er ook om de twee weken een verstelcafé. “Terwijl je het gat in je broek laat herstellen, geniet je van een kop koffie en een praatje met je medewijkbewoners. Op die manier gaan zakelijk en sociaal hier heel goed samen.”


De Stadswerkplaats zoekt nog vrijwilligers en startende ondernemers. Interesse? Meld je hier aan: info.stadswerkplaatsdenhaag@gmail.com

11 | 12

Bewegingsvrijheid met de Zonnebloemauto:

‘Mensen kunnen
eindelijk naar
dat feestje’


De Zonnebloem

Voor wie geen lichamelijke beperking heeft, is het heel normaal om met vrienden en familie een dagje op pad te gaan. Of het zoveeljarig huwelijksfeest van opa en oma te bezoeken. En ben je uitgefeest, dan ga je weer naar huis. Maar wel op het tijdstip dat jij zelf bepaalt. Zit je een rolstoel of heb je een scootmobiel, dan is dat veel lastiger. Ga naar een uitvaart met de Regiotaxi en je bent veel te vroeg of je komt te laat, om maar iets te noemen.

Beperkt in doen en laten

“Met die gedachte vroegen wij mensen van 40 tot 65 jaar, die onder meer in een rolstoel zitten, wat zij belangrijk vinden in het leven. En bijna iedereen noemt dit soort ‘normale zaken’. Maar ze voelden zich tot voor kort beperkt in hun doen en laten. En dat door de beperkte mogelijkheden in mobiliteit”, zegt Daniëlle Groten, projectleider bij de Zonnebloem. “Dat was voor ons de aanleiding om de Zonnebloemauto te ontwikkelen.”

Extra bewegingsvrijheid

Het betreft een aangepaste auto voor mensen die een rolstoel of een scootmobiel hebben. “Daarmee krijgen zij extra bewegingsvrijheid en mogelijkheden tot flexibel vervoer. Je bepaalt zelf wanneer je gaat en waar naar toe. En je kunt ook familieleden of vrienden meenemen”, zegt Daniëlle. “In 2014 startten we met zes auto’s als pilot, verdeeld over heel Nederland. De reacties waren zo positief dat we er nu 25 hebben. In Den Haag staat er één bij de garage van Louwman Den Haag.”

Betaalbare prijs

Een commerciële huurauto kost al snel € 90,- per dag. Met deze Zonnebloemauto kun je voor € 40,- instappen. Om de auto te kunnen huren, heb je wel de Zonnebloempas nodig. Die kost eenmalig € 10,-. “Dankzij donaties van onze leden kunnen wij het huurbedrag laag houden. Overigens hoef je geen lid te zijn van de Zonnebloem. De huurauto is er voor iedereen met een rolstoel of scootmobiel. En heb je geen familie of vrienden die de auto kunnen ophalen om met jou een dagje op pad te gaan, dan kunnen wij ook nog een vrijwillige chauffeur regelen.”




12 | 12

Zorginnovatie in Den Haag | juli 2016 | #2 | Colofon



Colofon

Uitgave van

Gemeente Den Haag

E-mail wmo@denhaag.nl
Website denhaag.nl/wmo

Realisatie

Lindblom Public Relations, Public Affairs
& Onlineblad.nl - Ruud Slagmolen, Len Blonk

Fotografie

Ruud Slagmolen (cases),
Roos Trommelen (Karsten Klein)
en anderen